Unité 17 - oefening A

© Guy Van Lysebetten

Vul de lege vakken in. Druk dan op "Antwoorden controleren" om je antwoorden te controleren.
Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen. Hierdoor verlies je wel punten.

Vertaal en vul in:

1. meerdere: Mon père a voitures.
2. kost: Un pantalon 30 euros.
3. kopen: Il va un ordinateur.
4. trap: Les élèves visitent la Tour Eiffel par l'.
5. te voet: Ils vont .

6. lift: Il y a aussi un .
7. hoeveel: Ça fait ? - Ça fait 9,30 euros.
8. alstublieft (bij het geven): 9,30 euros? , mademoiselle.
9. tot ziens: Merci! !